De G8: Ambitieuze plannen, maar niet genoeg concrete doelstellingen
De G8: Ambitieuze plannen, maar niet genoeg concrete doelstellingen
10 november 2009
Klimaatverandering is een probleem dat alle landen ter wereld raakt. En het kan dan ook alleen tegengegaan worden door wereldwijde samenwerking. Elke regio heeft echter ook vaak duidelijke eigen belangen, die soms kunnen botsen en concrete afspraken in de weg staan. Een voorbeeld van internationaal overleg over klimaatverandering is de jaarlijkse G8 top die afgelopen zomer in Italië werd gehouden. Daar zijn de leiders van de G8 landen overeengekomen om hun CO2 uitstoot met 80% terug te brengen in 2050. Dat is natuurlijk nog ver weg, waardoor het des te belangrijker is dat er ook duidelijke tussentijdse doelstellingen worden gesteld. Daar ontbrak het tijdens deze G8 bijeenkomst echter nog aan. Andere discussiepunten waren de financiering van het plan en de bijdrage die opkomende economieën zoals China, India en Brazilië zouden moeten leveren.
De afspraken van L’Aquila
In juli kwamen de leiders van de acht rijkste geïndustrialiseerde landen bijeen in L’Aquila (Italië) voor hun jaarlijks overleg. Voorheen was de agenda vooral gericht op economische en financiële onderwerpen, maar sinds enkele jaren komen ook politiek en milieuthema’s steeds meer aan de orde. Dit jaar hebben de acht landen, te weten Canada, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Italië, Japan, Rusland en de Verenigde Staten, zich gecommitteerd om de CO2 uitstoot door hun landen met 80% teruggebracht te hebben in 2050. Op die manier zou de temperatuurstijging op aarde beperkt kunnen blijven tot twee graden Celsius boven het niveau van het begin van de Industriële Revolutie. Vooral de positie van de Verenigde Staten is sterk veranderd sinds de verkiezing van Barack Obama als president. Waar de Amerikanen wetenschappelijk bewijs omtrent de twee graden Celsius als kritiek niveau voor de opwarming van de aarde eerder nog wel eens in twijfel trokken, gaf hij nu aan dat het bewijs ‘duidelijk en onweerlegbaar’ is. “Ik weet dat de VS soms tekort geschoten is met het nakomen van verantwoordelijkheden. Dus laat me duidelijk zijn: die tijd is voorbij.”
De aankondiging van een 80% reductie lijkt een goede stap voorwaarts in de aanloop naar de VN klimaatconferentie in Kopenhagen waar een opvolger van het Kyoto Protocol overeengekomen zou moeten worden, maar alleen woorden zijn natuurlijk niet genoeg.
Concrete plannen ontbreken
Een ambitieuze lange termijn doelstelling zoals die van de G8 is namelijk niet geloofwaardig zonder krachtige tussentijdse doelstellingen en duidelijke meetpunten. De doelstelling zoals die nu geformuleerd is, geeft elk G8 land de mogelijkheid zelf het jaar te bepalen ten opzichte waarvan de CO2 uitstoot met 80% afgenomen moet zijn in 2050. Gezien de snelle economische groei van de afgelopen twintig jaar maakt de keuze tussen bijvoorbeeld 1990 of dit jaar een enorm verschil in resultaat. Bovendien zouden ze zich, om op schema te blijven voor de 80% lagere uitstoot in 2050, moeten committeren aan een al 25 tot 40 procent lagere uitstoot van CO2 in 2020 (ten opzichte van 1990). Zo ver is de G8 echter nog niet. De Verenigde Staten hebben de intentie uitgesproken om vergeleken met 2005 de uitstoot met 17% te verminderen. De Europese Unie heeft zich gecommitteerd aan 20% (ten opzichte van 1990), maar wil dit pas verhogen naar 30% als ook andere landen meedoen. Ook Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties Ban Ki-moon noemt de doelstellingen van de G8 ‘zeer welkom, maar niet voldoende’. “De tijd van uitstel en halve maatregelen is over”, gaf hij aan.
Bijdrage van de opkomende landen
Maar alle ambitieuze plannen van de G8 ten spijt, zonder bijdrage van de opkomende economieën zal het zeker niet lukken om de opwarming van de aarde genoeg te beperken, zelfs niet als de geïndustrialiseerde landen de uitstoot met meer dan 80% terugdringen. In landen als China en India stijgt de CO2 uitstoot namelijk nog snel. Zoals voorzitter van de Europese Commissie José Manuel Barosso zei: “We moeten allemaal ons steentje bijdragen, gebaseerd op een gezamenlijke maar niet per se dezelfde verantwoordelijkheid en draagkracht.” Over de grootte van die verantwoordelijkheid en draagkracht lopen de meningen echter sterk uiteen. Het voorstel van de G8 was dat alle rijke landen de uitstoot van broeikasgassen met 80% zouden moeten terugbrengen en ontwikkelingslanden, waaronder opkomende economieën als India en China, met 50%. Over deze verdeelsleutel waren de vijf belangrijkste opkomende economieën (Brazilië, China, India, Mexico en Zuid-Afrika) die een dag later ook aanschoven bij de G8 bijeenkomst echter niet te spreken. Vooral China en India vinden dat een veel grotere rol weggelegd zou moeten zijn voor de rijke landen, die per slot van rekening de hoge CO2 uitstoot in het verleden veroorzaakt hebben en decennia lang zonder restricties hebben mogen groeien. De zogenaamde G5 was bovendien erg teleurgesteld door het gebrek aan daadkracht van de G8. Met name het ontbreken van harde tussentijdse doelstellingen heeft de geloofwaardigheid van het plan in de ogen van deze landen dusdanig aangetast dat zij zich niet gecommitteerd hebben aan de voorgestelde 50% reductie.
Een andere kwestie is de financiering van het gezamenlijke gevecht tegen klimaatverandering. Er zullen snel meer financiële middelen beschikbaar moeten komen om de gevolgen van klimaatverandering in de armste landen te verlichten en hen te ondersteunen bij de overgang naar meer duurzame vormen van energie. Ook hier zijn tijdens de G8-bijeenkomst nog geen duidelijke afspraken over gemaakt. Het zal een combinatie moeten worden van overheidsgeld, private initiatieven en de handel in emissierechten. De G8 en een aantal andere grote landen zullen zich echter pas in een later stadium buigen over alle voorstellen, waaronder dat van Mexico (een ‘Groen Fonds’ van tien miljard beheerd door de Wereldbank) en dat van de Britse Prime Minister Gordon Brown (100 miljard dollar voor arme landen in hun gevecht tegen klimaatverandering).
De conclusie is dat er nog veel moet gebeuren voor de klimaatconferentie die al over iets meer dan een maand in Kopenhagen van start gaat. De standpunten van de G8-landen mogen dan wel een stap in de goede richting doen, maar volgens de meeste critici nog maar een hele kleine.